De federale regering zet een volgende stap in de hervorming van het ambtenarenstatuut. Een van de meest opvallende maatregelen is de afschaffing van het systeem waarbij statutaire ambtenaren onbeperkt ziektedagen konden opsparen. De regering omschrijft deze regeling als een “typisch Belgische maatregel” die niet langer past binnen een modern en uniform personeelsbeleid.
Tot vandaag bouwden statutaire ambtenaren tijdens hun loopbaan een krediet aan ziekteverlof op. Niet-opgenomen ziektedagen konden worden opgespaard en later worden gebruikt wanneer een medewerker langdurig arbeidsongeschikt werd. Dit systeem bestond niet voor contractuele medewerkers en vormde al jarenlang een belangrijk verschil tussen beide statuten.
Met de hervorming kiest de federale regering voor een nieuw model dat meer aansluit bij de algemene ziekte- en re-integratieregelingen. De opgebouwde ziektekredieten verdwijnen geleidelijk en maken plaats voor een systeem waarin langdurige arbeidsongeschiktheid sneller wordt opgevolgd via re-integratie, aangepast werk en, waar mogelijk, een terugkeer naar de werkvloer.
Volgens de regering draagt deze hervorming bij aan een grotere gelijkheid tussen de verschillende pensioen- en socialezekerheidsstelsels. Tegelijk moet ze de overstap naar een moderner HR-beleid ondersteunen, waarin duurzame inzetbaarheid centraal staat.
Voor HR-diensten binnen de overheid betekent dit een belangrijke omslag. Waar het opgebouwde ziektekrediet vroeger vaak een langdurige financiële bescherming bood, zal de nadruk voortaan sterker liggen op het begeleiden van medewerkers tijdens hun afwezigheid en het tijdig onderzoeken van mogelijkheden tot werkhervatting.
Ook leidinggevenden krijgen hierin een grotere verantwoordelijkheid. Regelmatige opvolging van langdurig afwezige medewerkers, een constructieve dialoog en samenwerking met de arbeidsarts en HR worden steeds belangrijker. Het doel is niet langer om een periode van afwezigheid administratief te beheren, maar om actief te zoeken naar een haalbare terugkeer naar het werk.
Voor lokale besturen betekent deze hervorming dat het aanwezigheids- en re-integratiebeleid verder aan belang wint. Organisaties zullen meer moeten investeren in preventie, aangepast werk, interne mobiliteit en duurzame loopbanen. Zeker in een context van vergrijzing en arbeidsmarktkrapte is het behoud van ervaren medewerkers een strategische prioriteit.
De afschaffing van het ziektekrediet staat bovendien niet op zichzelf. Ze past in een bredere hervorming van de ambtenarenpensioenen en de sociale bescherming van statutair personeel. Eerder werd ook beslist om het klassieke pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid af te schaffen en sterker in te zetten op re-integratie en werkvermogen.
Voor medewerkers roept de hervorming begrijpelijkerwijze vragen op over de bescherming bij langdurige ziekte. Daarom zal een duidelijke communicatie vanuit HR essentieel zijn. Personeelsleden zullen willen weten welke overgangsmaatregelen gelden, welke rechten behouden blijven en hoe toekomstige ziekteperiodes zullen worden opgevangen.
De boodschap is duidelijk: de federale overheid verschuift de focus van het opbouwen van ziektekredieten naar het ondersteunen van medewerkers om, waar mogelijk, gezond en duurzaam aan het werk te blijven. Voor HR-diensten betekent dit opnieuw een stap richting een meer proactief personeelsbeleid, waarin preventie, begeleiding en duurzame inzetbaarheid centraal staan.
Bronnen
- Federale regering – pensioenhervorming en hervorming van de regeling inzake ziekteverlof voor statutaire ambtenaren (zomer 2026).
- Federale Pensioendienst (SFPD) – toelichting bij de pensioenhervorming.
- Vet-NWS, 19 juli 2026, Regering maakt komaf met “typisch Belgische maatregel”: ambtenaren kunnen ziektedagen niet langer opsparen