Inspraak van burgers bij fusie van gemeenten

Vraag nr. 72 van 26 november 2020 van LUDWIG VANDENHOVE

aan BART SOMERS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, BESTUURSZAKEN, INBURGERING EN GELIJKE KANSEN

In diverse Vlaamse gemeenten zijn informele gesprekken op gang aan het komen over eventuele fusies. Een fusie van gemeenten is een belangrijke beslissing, waarbij de bevolking maximaal betrokken zou moeten worden. Ik hoor dat die bekommernis ook meer en meer leeft bij lokale bestuurders.

  1. Hoe staat de minister tegenover de idee van inspraak van de bevolking bij eventuele fusies?
  2. Zou het niet wenselijk zijn dat de minister een initiatief neemt ten aanzien van de lokale besturen om een aantal modellen aan te reiken om deze inspraak te garanderen en/of te organiseren? Welke mogelijkheden ziet hij? Ziet hij nog andere mogelijkheden dan het organiseren van referenda?

ANTWOORD – 26 januari 2021

  1. Deze Vlaamse Regering heeft expliciet gekozen voor schaalvergroting op vrijwillige basis. Lokale besturen kunnen vrij kiezen of en met wie ze wensen te fusioneren. De Regering kiest dus voor lokale autonomie en voert geen opportuniteitscontrole uit op voorgestelde fusies.Omwille van het principe van de lokale autonomie bevat de procedure voor vrijwillige samenvoeging van gemeenten in het decreet over het lokaal bestuur (DLB) geen criteria of vereisten op het vlak van burgerparticipatie. Dit neemt niet weg dat een lokaal draagvlak zeer belangrijk is bij een fusie van gemeenten. Het is raadzaam om voldoende voeling te houden met de bevolking en rekening te houden met mogelijke gevoeligheden.Ik geloof in de kracht van de lokale democratie, dus ook hier vind ik verdere detailregulering overbodig. Het is aan de lokale bestuurders om te oordelen of en hoe een schaalvergroting voor hun gemeente een oplossing kan bieden voor het versterken van de bestuurskracht. De besturen bepalen zelf op welke manier ze de burgers bij het fusietraject betrekken en hen overtuigen van de argumenten. Ik ben er zeker van dat de lokale bestuurders zich heel sterk bewust zijn van het belang hiervan en met grote zorg aandacht besteden aan de draagvlakverwerving. Het zijn tenslotte zij die deze keuze finaal zullen moeten verantwoorden bij de gemeenteraadsverkiezingen, en hun eigen mandaat op het spel zetten als ze daarin niet slagen.De gemeenten die op 1 januari 2019 fuseerden, leverden verschillende inspanningen om hun burgers te informeren en betrekken, door te werken met een uitgebreide fusiewebsite, met een generieke fusiemailbox en door infoavonden en burgerfora te organiseren. De fusiebesturen kozen er daarnaast voor om bij de keuze van de nieuwe naam voor de fusiegemeente actief rekening te houden met de stem van hun inwoners. Ook als de straatnaam moest wijzigen door de fusie (door een gelijke of sterk gelijkluidende straatnaam in de andere fusiegemeente) kozen ze vaak voor een interactief proces.Ik stel vast dat het draagvlak onder de bewoners van de 15 gemeenten die op 1 januari 2019 vrijwillig fuseerden beduidend hoger is dan bij de opgelegde fusies eind de jaren ’70. Het vrijwillig karakter van de fusies zorgt voor trajecten die een groot politiek draagvlak kennen, waardoor de besturen een positief verhaal van bestuurskrachtversterking kunnen brengen aan hun inwoners. Ik ben dus van oordeel dat zolang gekozen wordt voor een vrijwillig proces van onderuit, het aan de lokale autonomie is om de burgerbetrokkenheid te regelen.
  2. De lokale besturen kunnen hun inwoners op verschillende manieren betrekken bij het proces van samenvoeging. Het decreet over het lokaal bestuur (art. 302-325) voorziet in een aantal gereglementeerde vormen van burgerparticipatie, zoals de gemeentelijke volksraadpleging.Voor het organiseren van een volksraadpleging zijn modellen en een draaiboek ter beschikking via de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur.

Daarnaast bestaan er tal van andere inspraakinstrumenten. Het decreet over het lokaal bestuur maakt mogelijk dat de lokale besturen zelf creatieve en innovatieve participatietrajecten kunnen opzetten. Zij tekenen een participatiebeleid uit op maat van hun eigen lokale context en noden en kiezen daarbij vrij de instrumenten die zij wensen te gebruiken om de burgerparticipatie te bevorderen.

Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld volgende initiatieven nemen:

  •   het oprichten van wijkcomités;
  •   het oprichten van burgerpanels;
  •   het organiseren van een info- of debatavond;
  •   het organiseren van een vragenuurtje voor de inwoners tijdens de gemeenteraad;
  •   het gebruik van digitale participatietools.Het Agentschap Binnenlands Bestuur biedt op haar website de programma-aanpak voor vrijwillige fusies van gemeenten aan die Idea Consult in opdracht van het Agentschap opmaakte. In dit stappenplan komt aan bod hoe de externe communicatie kan verlopen, welke aandachtspunten er zijn en hoe de gemeenten inwoners, verenigingen en maatschappelijke instellingen, andere overheden en bedrijven en ondernemers kunnen betrekken (p. 20-21).Ik verwijs tot slot naar de goede praktijken uit het Labo Lokale Burgerparticipatie, dat in partnerschap met de VVSG wordt georganiseerd en dat focust op lokale burgerbetrokkenheid, inspraak en co-creatie. Een Labo van lokale besturen en experts inventariseert en analyseert innovatieve praktijken die coproductief zijn aangepakt of met een burgerinitiatief. De geleerde lessen en praktijkvoorbeelden worden breed verspreid via het VVSG-kennisnetwerk, het tijdschrift Lokaal, webinars, nieuwsbrieven en praktijkfilmpjes. Op die manier bieden wij de lokale besturen tal van creatieve voorbeelden, die ook inspiratie kunnen bieden voor het organiseren van inspraak bij een fusietraject.

De volledig tekst kan u vinden bij de documenten van het Vlaams Parlement.

Laat een reactie na

Archief

Categorieën

NIEUWSBRIEF OVERHEID