Inzagerecht van gemeenteraadsleden

Bron: Vlaams parlement.

Schriftelijke vraag Gemeenteraadsleden – Inzagerecht

Parlementaire vraag van  Bart Dochy (CD&V) aan minister Bart Somers

Gepubliceerd op 20 januari 2021.

VRAGEN

1. Vele steden en gemeenten werken via een digitaal postbeheerssysteem, waarbij alle binnenkomende post en relevante documenten geregistreerd worden en makkelijk ingekeken kunnen worden door de raadsleden.

Als deze documenten digitaal ter beschikking gesteld worden, kan een raadslid dan bijkomend eisen ze nogmaals per e-mail te krijgen?

  1. Transparantie en openbaarheid van bestuur zijn belangrijke uitgangspunten. Het ter beschikking stellen van de nodige documenten valt onder het inzagerecht van de raadsleden, wat eveneens persoonlijk is. Met de opkomst van de nieuwe media worden documenten die onder het inzagerecht vallen vaak verknipt en onvolledig publiek gemaakt. Het leidt vaak tot een onvolledige weergave.Mogen deze documenten, die gelinkt zijn aan het inzagerecht, publiek worden gemaakt?
  2. De enige mogelijkheid die een bestuur bij bovenvermelde aanpak in handen heeft, is de informatie volledig en integraal te verspreiden, waardoor het vaak onmogelijk wordt om een correct beeld weer te geven, laat staan om aan alle wettelijke eisen te voldoen.Hoe dient een bestuur daarop te reageren conform het decreet Lokaal Bestuur en binnen de wettelijke eisen?
  3. Kan een gemeentebestuur een raadslid aansprakelijk stellen als documenten die gedeeltelijk of onvolledig worden verspreid, verkregen zijn op basis van het inzagerecht en schade veroorzaken ten opzichte van het gemeentebestuur en zijn personeelsleden?

ANTWOORDEN VAN DE MINISTER

  1. De wijze waarop het inzagerecht wordt uitgeoefend en de modaliteiten daaromtrent vallen onder de lokale autonomie. De precieze regeling moet worden bepaald in het huishoudelijk reglement. De voorwaarde daarbij is dat het huishoudelijk reglement de rechten van raadsleden niet mag inperken.
  2. Het inzagerecht van raadsleden wordt persoonlijk en afzonderlijk uitgeoefend. De gemeenteraadsleden zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het gebruik van de inlichtingen die zij bij de uitoefening van hun inzagerecht verkregen hebben. Ik verwijs hiervoor naar mijn antwoord op vraag 4.Raadsleden worden dus ook verwerkingsverantwoordelijke overeenkomstig de Algemene Verordening Gegevensbescherming wanneer zij inzage krijgen in stukken waarin persoonsgegevens opgenomen zijn. Zij moeten de afweging maken of de data die ze verwerken voor de uitoefening van hun inzagerecht, echt nodig is voor dit doel. Het inzagerecht is bijgevolg niet absoluut in die zin dat het voor de uitoefening van het controlerecht meestal niet nodig is om te beschikken over de persoonsgegevens van individuele dossiers.De documenten die raadsleden ontvangen bij de uitoefening van hun inzagerecht in hun hoedanigheid als raadslid kunnen enkel voor dat doel gebruikt worden. De raadsleden hebben discretieplicht en moeten deontologisch handelen. Zij kunnen dan ook in geen geval de persoonsgegevens, die ze vanuit hun inzagerecht zouden verkrijgen, openbaar maken.Als de raadsleden deze overheidsdocumenten willen hergebruiken, dienen zij een beroep te doen op de regelgeving omtrent het hergebruik van overheidsinformatie zoals opgenomen in het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en een aanvraag daartoe aan de gemeente te richten.
  3. Zoals in mijn antwoord op vraag 2 opgenomen dient het inzagerecht ter uitoefening van het mandaat als raadslid. Het inzagerecht geeft geen vrijgeleide om de overheidsdocumenten te hergebruiken en als raadslid te verspreiden.
    Het bestuur is niet verplicht om alle bestuursdocumenten actief openbaar te maken. Vanuit het oogpunt van transparantie is dit mogelijk, maar met respect voor de geldende regelgeving rond o.a. privacy en gegevensbescherming.Als burgers bestuursdocumenten willen verkrijgen, kunnen zij zich beroepen op het recht op openbaarheid van bestuursdocumenten en op hergebruik van overheidsdocumenten zoals opgenomen in het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
  4. Het raadslid moet omzichtig omspringen met de informatie die hij/zij vanuit zijn/haar mandaat verkrijgt. De raadsleden hebben discretieplicht en moeten deontologisch handelen. Dit houdt in dat zij onder meer de wettelijke bepalingen over het beroepsgeheim, de bescherming op de persoonlijke levenssfeer en verwerking van persoonsgegevens, het auteursrecht en de bescherming van het recht op afbeelding moeten respecteren. Als zij een wettelijke bepaling schenden en hierdoor schade toebrengen aan een persoon of organisatie, kunnen zij strafrechtelijk vervolgd of burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor schade die door de bekendmaking van bepaalde gegevens wordt veroorzaakt. Dit heb ik eerder al meegegeven in mijn antwoord op schriftelijke vraag nr. 56 van 5 december 2019 gesteld door uw collega Vaneeckhout.

Het raadslid moet bij de uitoefening van het inzagerecht deontologisch handelen. De deontologische code van de gemeenteraad kan hierover bepalingen bevatten.

Laat een reactie na

Archief

Categorieën

NIEUWSBRIEF OVERHEID