Duurzame stedenbouwkundige ontwikkeling van stads- en gemeentekernen.

Bron:

Verslag van de hoorzitting over de conceptnota voor nieuwe regelgeving over kernversterking in de Vlaamse steden en gemeentennamens de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie, 20 januari 2021.

Maarten Van Acker, professor Stedenbouw Universiteit Antwerpen

Maarten Van Acker is naast professor Stedenbouw en architectuur ook woordvoer- der van de onderzoeksgroep Stadsontwikkeling van de Universiteit Antwerpen. Dat is een team dat kijkt naar de duurzame ontwikkeling van steden, waaronder ook gezondheids-, juridische en mobiliteitsaspecten. De onderzoeksgroep deed ook al onderzoek naar veerkrachtige dorpen en de gezonde ontwikkeling van handelsker- nen. Maarten Van Acker zelf heeft ook al advies gegeven aan verschillende steden en gemeenten.

Combineer, ontdek, promoot de korte keten, coach en inspireer

Gezonde kernversterking zorgt voor een veerkrachtig dorp. Kernversterking is cruciaal voor gemeenten en dorpen omdat het helpt een antwoord te bieden op meer problemen dan enkel de economische, zoals bereikbaarheid, tewerkstelling en woonbehoeften.

Er zijn interessante voorbeelden in het buitenland, zoals de DORV- winkels. De Duitser Heinz Frey zag met lede ogen de bakkers en slagers vertrekken uit zijn dorp en zorgde met een crowdfundingcampagne voor de combinatie van de basisbehoeften, zoals een bakker en een slager, in één winkel met daarin ook een computer waarop een aantal diensten worden aangeboden. In de winkel kan men bijvoorbeeld een nummerplaat aanvragen, communiceren met het lokale bestuur, kopies vragen enzovoort. In sommige winkels is er zelfs een tandarts aanwezig. Intussen kent de DORV-keten al een vijftigtal winkels in Oostenrijk en Duitsland.

Maarten Van Acker is het ermee eens dat niet alle verantwoordelijkheid op de schouders van de handelaars moet worden gelegd. Handelaars kunnen worden ge- holpen om hun talenten te ontdekken, talent dat vaak verborgen blijft in garages en op zolderkamers. Een leuk Nederlands project is Peelpionier. Jong talent wordt samengebracht om zich in te zetten voor de lokale handelaars, zoals het opstarten van mediacampagnes of het ontwerpen van mooie affiches.

Lokale handelskernen kunnen worden gecombineerd met toerisme en het promo- ten van de korte keten. Het keurmerk Waddengoud wordt toegekend aan duur- zame producten en diensten uit het Waddengebied. Het wordt ook gepromoot in de wandel- en fietsroutes in het gebied.

In de provincie Antwerpen werkt een detailhandelscoach samen met de schepenen, ambtenaren en handelaars van de gemeenten. De provincie heeft ook andere nut- tige instrumenten zoals de Feitenfiches en het RetailCompass, waarnaar Marc Fauconnier al heeft verwezen, die startende handelaars kunnen helpen bij het be- palen van het aanbod.

Er zijn inspirerende voorbeelden. In opdracht van de provincie Antwerpen stelde de onderzoeksgroep van Maarten Van Acker al een bundel ‘Veerkracht in dorpen’ samen, waarin de fiches van 37 inspirerende projecten zijn opgenomen.

Maarten Van Acker stelt tien concrete punten voor ruimtelijke versterking van handelskernen voor.

Knooppuntontwikkeling als basis voor kernversterking

Er zijn voor kernversterking veel allianties te vinden in andere beleidsdomeinen. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, maar ook de in opmaak zijnde Mobiliteitsvisie 2040, wil inzetten op knooppuntontwikkeling als basis voor kernversterking. Kern- versterking moet dan vooral gebeuren op plaatsen die goed bereikbaar zijn en dat op een duurzame manier. Het gemiddelde van 70 tot 90 minuten per dag die men- sen besteden aan verplaatsingen is dus richtinggevend voor het bepalen van de kernen. Die benadering draagt ook bij tot het oplossen van het fileprobleem.

Het station 2.0 als katalysator voor kernversterking

Maarten Van Acker ziet nog heel wat ‘laaghangend fruit’ in de omgeving van kleine stations. Vlaanderen kent een van de dichtste spoorwegnetwerken ter wereld en heel wat dorpen zijn daar ook ontstaan. Uit een Europese studie, die de onder- zoeksgroep Stadsontwikkeling recent heeft mogen uitvoeren, blijkt dat die kleine stations aan belang toenemen. Pendelaars rijden liever tot aan een klein station dan de rest van de tijd in de file te staan. Meer dan de buurlanden is er ook de opkomst van de e-bike, er zijn de fietsostrades die worden aangelegd naar stations en er is de tendens van gedecentraliseerd werken, versterkt door de coronacrisis. Er is dus een zeer groot potentieel voor kleine stationsomgevingen, zeker als ze goed worden verbonden met andere kernen. Het is wel belangrijk dat ze op een goede manier worden ontwikkeld, met aandacht voor de kwaliteit van de publieke ruimte, aanbod van openbaar vervoer en ruimte om de e-bike veilig te stallen.

Actieve mobiliteit stimuleert de lokale economie
Kleine investeringen in fietsinfrastructuur trekken bijkomende bezoekers en nieuwe economische activiteiten aan.

Een netwerk voor fietsverkeer stimuleert ook het toerisme. Vlaanderen kent een sterk fietsknooppuntennetwerk en bouwt ook het Bovenlokaal Functioneel Fiets- routenetwerk verder uit. Een mooi voorbeeld is ook het project van de Charmante Dorpen in de Westhoek, die met elkaar verbonden zijn door fiets- en wandelroutes.

Bereikbare kern via trage wegen

Vlaanderen heeft een fijnmazig netwerk van trage wegen en jaagpaden, dat door de coronamaatregelen werd herontdekt. Die trage wegen liggen wel vaak geïso- leerd en sluiten niet altijd goed aan op handelskernen. De bereikbaarheid van handelszaken kan worden vergroot door ze op een duurzame manier te ontsluiten.

Beweeglijke kernen

Tegen 2030 zal ongeveer een vijfde van de Vlaamse bevolking ouder zijn dan 60 jaar. Daarom moet ook worden ingezet op de toegankelijkheid van de handelsker- nen. Ingrepen zoals ruimte voor sport en spel, bredere voetpaden en banken in het zichtveld kunnen bijdragen tot een beweegvriendelijke kern, zowel voor de jongsten als de ouderen.

Doortocht als hefboom

Vele handelskernen moeten nog altijd doorgaand verkeer slikken. Het instrument van de doortocht wordt nog te weinig erkend als instrument voor een bruisende dorpskern. Een handelsstraat kan zodanig worden ingericht dat de oversteekbaar- heid vergroot op een veilige manier en dat er meer ruimte komt voor horeca (ter- rassen), zitinfrastructuur enzovoort.

Verblijfsvriendelijke kern

Een verblijfsvriendelijke kern draagt bij tot sfeer, gezelligheid en identiteit. Dat is misschien net het antidotum tegen onlineshoppen. Een goede mix van winkels en horecazaken heeft zijn bedding in een kwalitatief aangelegd maaiveld en bijhorende kwalitatieve textuur.

Architecturale identiteit als uniek decor

Maarten Van Acker moet in de vele commissies waarin hij zetelt helaas vaststellen dat het architecturale decor, dat de Vlaamse handelskernen uniek maakt, geleidelijk wordt ingeruild voor vaak banale appartementsgebouwen. De bijzondere architectuur moet naar waarde worden geschat en meer ingezet als troef.

Combineer met wonen

De term blurring is al gevallen. Nu komt wonen vaak in de plaats van handel. Door handel met wonen te combineren kan men tot een rendabel kernversterkend pro- ject komen, waarin ook private partners kunnen participeren. De spreker heeft het dan niet over de banale een- of tweeslaapkamerappartementjes maar over gezins- vriendelijke woningen boven, naast of onder handelszaken die gemakkelijk te voet en met de fiets bereikbaar zijn. De nieuwe bewoners kunnen dan op hun beurt iets betekenen voor de plaatselijke handel. De spreker toont enkele voorbeelden, waar- onder woningen boven de Colruyt van Wemmel.

Combineer met vakmanschap en bedrijvigheid

De nota wijst terecht op het belang van de aanwezigheid van bedrijvigheid en vakmanschap in de kernen. Maar ook zorgfuncties en sociale tewerkstelling kunnen een plek krijgen in leegstaande handelspanden. En er zijn nog andere diensten: sport, kunst, kinderdagverblijven, mobipunten, uitleendiensten, fietsenverhuur, repairshops enzovoort. Daar bestaan in het buitenland mooie voorbeelden van. Indien dat op een architecturaal waardevolle manier wordt uitgebouwd, kan de gemeente daar trots op zijn.

INSTRUMENTEN

Baanwinkelbeleid

Hij is het eens met het standpunt van de sprekers van UNIZO en VVSG over het afbakenen van de ruimte voor baanwinkels. Het kan inderdaad frustrerend zijn voor een gemeente met een vooruitstrevend beleid inzake baanwinkels dat tien meter over de gemeentegrens die baanwinkels wel worden vergund. Dat heeft de spreker al meermaals in de praktijk ondervonden. Het project ‘Baanbrekend winkel’ van de provincie Antwerpen is interessant omdat het een goede schaal heeft. Een steenweg loopt door verschillende gemeenten. Waar kunnen op goede bereikbare plekken die baanwinkels toch nog terecht? Er kunnen clusters en baanwinkelvrije zones worden afgebakend.

Inspireren op maat van de kern

Verordenen is voor de spreker niet voldoende. Het is ook belangrijk om te inspire- ren. Naast het C-team van Marc Fauconnier is er nood aan een A-team van archi- tecten en standsontwerpers. Zijn ervaring leert dat gemeenten en kleinere steden niet de capaciteit en knowhow hebben om te visualiseren hoe het anders kan. Mis- schien kan Vlaanderen daartoe bijdragen door samenwerking met de Vlaamse Bouwmeester te stimuleren.

Beeldkwaliteitsplan

Het verbaast Maarten Van Acker dat het beeldkwaliteitsplan nog niet aan bod kwam in de hoorzitting. Vaak ziet men in handelskernen een weinig aantrekkelijke opeenstapeling van reclameborden, neonverlichting enzovoort. Beeldkwaliteits- plannen kunnen lokale besturen en handelaars heel wat inspiratie bieden om het anders aan te pakken. Kleine investeringen in uniforme etalages, handelsgevels en verlichting kunnen het cachet van een handelsstraat opkrikken.

Kwaliteitstoets en capaciteitsopbouw

Zoals al gezegd, beschikken kleine gemeenten niet steeds over de capaciteit en de knowhow om te onderhandelen met projectontwikkelaars over een project dat op een duurzame manier kan bijdragen aan handelskernversterking. Steeds meer ste- den schakelen een zogenaamde kwaliteitskamer in om de administratie te ontlas- ten, externe expertise in te brengen en de plannen te visualiseren. Er zijn ook al een drietal intercommunales die een dergelijke kamer hebben ingeschakeld.

Naar een Vlaams rollend fonds?

Enkele andere sprekers pleitten al voor een rollend fonds. Voor Maarten Van Acker hoeft een dergelijk fonds niet alleen geld te kosten, het kan eventueel ook opbren- gen. Antwerpen heeft al het autonoom gemeentebedrijf VESPA, maar Gent, Kort- rijk en andere steden spelen met het idee van een rollend fonds.

Met een rollend fonds kunnen verkrotte en leegstaande panden worden aangekocht en gerenoveerd, waarbij jonge architecten een kans krijgen om het ontwerp te maken. De gerenoveerde panden worden tegen een betaalbare prijs op de markt gebracht en met de winst worden nieuwe leegstaande en verkrotte panden opge- kocht. Op die manier kan op een strategische manier aan stadsvernieuwing worden gedaan. Er kan worden onderzocht welke rol Vlaanderen hierin kan spelen en hoe het lokaal kan worden toegepast.

Conclusie

Maarten Van Acker vat zijn advies samen:

zoek allianties met de beleidsdomeinen Omgeving en Mobiliteit;

combineer verordenen met stimulerende en inspirerende instrumenten, zoals ontwerpend onderzoek en beeldkwaliteitsplannen;

doe aan capaciteitsopbouw door professionele begeleiding. Een A-team, kwaliteitskamers en de Vlaamse Bouwmeester kunnen daarbij ondersteunen;

inspireer door pilootprojecten en goede praktijken.

Laat een reactie na

Archief

Categorieën

NIEUWSBRIEF OVERHEID