De federale regering keurde op 18 september 2026 een ontwerpbesluit goed dat de basisbijdrage voor het Gesolidariseerde pensioenfonds in 2027, 2028 en 2029 op 45,5% van de statutaire loonmassa vastlegt. In 2025 en 2026 bedraagt die 45%. Van de nieuwe 45,5% komt 38% ten laste van de werkgever en 7,5% van de medewerker. Het besluit moet nog worden ondertekend en gepubliceerd.
Daar bovenop komt voor veel besturen de responsabiliseringsbijdrage. Die wordt steeds zwaarder doordat het aantal actieve statutairen daalt terwijl de pensioenlast van voormalige statutairen blijft doorlopen. Voor 2025 bedraagt de responsabiliseringscoëfficiënt 71,78%; volgens ramingen van de Federale Pensioendienst kan die tegen 2031 oplopen tot 83,53%.
Betekenis voor lokale besturen: pensioenbeleid wordt steeds nadrukkelijker onderdeel van strategische personeelsplanning. Het verschil in werkgeverskost tussen statutaire en contractuele tewerkstelling groeit verder. Tegelijk blijft ook de aanvullende pensioenopbouw voor contractanten een kost. HR en financiën moeten dit dus samen bekijken in meerjarenplanning, personeelsformatie en vervangingsbeleid.
Bron: VVSG – Lokale besturen betalen vanaf 2027 meer voor statutaire pensioenen, 24 september 2026
werkenbijdeoverheid.be