‘We moedigen elke gemeente aan om een lokaal onroerenderfgoedbeleid te voeren’

Bron: DE VLAAMSE MINISTER VANFINANCIËN EN BEGROTING, WONEN EN ONROEREND ERFGOED – Matthias DIEPENDAELE

De Vlaamse Minister van onroerend erfgoed presenteerde zijn beleidsnota in verband met gemeentelijk erfgoedbeleid.

Daarbij is het cruciaal dat alle bestuursniveaus samenwerken en hun verantwoordelijkheid opnemen. De afgelopen jaren zijn daarnaast verschillende initiatieven genomen en instrumenten ontwikkeld om lokale besturen nauwer te betrekken bij de zorg voor onroerend erfgoed, onder meer de mogelijkheid om erkend te worden als onroerenderfgoedgemeente of intergemeentelijke erfgoeddienst. Maar het aantal erkende onroerenderfgoedgemeenten blijft bijvoorbeeld laag. De intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten zijn wel een succes, maar de basis waarop ze opereren is niet altijd even stevig. Ook in het takenpakket dat ze opnemen zijn er aanzienlijke verschillen.

Via deze visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid presenteert de Vlaamse Regering een bijgestelde visie op de samenwerking tussen Vlaanderen en de lokale besturen op het vlak van onroerend erfgoed. Lokale besturen, en vooral erkende onroerenderfgoedgemeenten, krijgen meer verantwoordelijkheid en ruimte om een lokaal onroerenderfgoedbeleid te ontwikkelen.

De erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten worden daarbij bevestigd in hun ondersteunende en sensibiliserende rol. Al deze lokale partners kunnen meer nog dan vandaag al het geval is een beroep doen opde Vlaamse overheid, die zich als expertisecentrum profileert. Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen ook aanspraak maken op financiële ondersteuning.Op termijn wil Vlaanderen zo komen tot een versterkt onroerenderfgoedlandschap, waarbij alle dertien centrumsteden een erkenning hebben aangevraagd als onroerenderfgoedgemeente. De 287 andere Vlaamse steden en gemeenten zijn minstens lid van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.

Het voorstel gaat uit van het beleidsveld Onroerend Erfgoed, en geeft uitvoering aan de beleidsnota Onroerend Erfgoed 2019-2024, met name de eerste strategische doelstelling (‘Iedereen koesterthet onroerend erfgoed als een evident en integraal deel van onze leefomgeving,cultuur, identiteit en natie’)en in het bijzonder de tweede bijhorende operationele doelstelling:‘de zorg voor het onroerend erfgoed is het resultaat van actieve samenwerking’.Onder de hoofding ‘we moedigen elke gemeente aan om een lokaal onroerenderfgoedbeleid te voeren’ stelt de beleidsnota:VR 2021 2602 DOC.0194

Laat een reactie na

Archief

Categorieën